Salderen stopt in 2027: wat betekent dat voor je energiecontracten en budget?

Op 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling. Daarmee verandert de manier waarop afname en teruglevering van elektriciteit worden afgerekend op kleine aansluitingen. Voor organisaties met meerdere locaties kan dat rechtstreeks doorwerken in contractvoorwaarden en het energiebudget voor 2027.

Veel aandacht rond het einde van salderen gaat naar huishoudens. Ook zakelijke afnemers kunnen echter kleine elektriciteitsaansluitingen hebben. De ACM rekent aansluitingen tot en met 3×80 ampère tot de kleine aansluitingen. Grote organisaties hebben regelmatig een gemengde portefeuille met zowel grote als kleine aansluitingen. Juist daar verdient deze wijziging aandacht.

Kernpunten

  • De wettelijke salderingsregeling stopt op 1 januari 2027.
  • Ook zakelijke locaties met een kleine elektriciteitsaansluiting kunnen hierdoor worden geraakt als daar elektriciteit wordt teruggeleverd.
  • Afname en teruglevering worden vanaf 2027 afzonderlijk afgerekend.
  • Tot 1 januari 2030 geldt onder de wettelijke voorwaarden een minimumvergoeding voor teruggeleverde elektriciteit van 50% van het kale leveringstarief.
  • Terugleverkosten kunnen ook na 2027 blijven bestaan.
  • Voor organisaties met meerdere locaties is vooral belangrijk wat de wijziging op portefeuilleniveau betekent voor contracten, budgetten en risico’s.

Wat verandert er op 1 januari 2027?

Tot en met 31 december 2026 kan teruggeleverde elektriciteit binnen de salderingsregeling worden verrekend met elektriciteit die op een ander moment van het net wordt afgenomen. Over het gesaldeerde deel worden daardoor geen leveringskosten en energiebelasting betaald.

Vanaf 1 januari 2027 verdwijnt die verrekening. Elektriciteit die van het net wordt afgenomen en elektriciteit die wordt teruggeleverd, krijgen ieder een eigen financiële behandeling. Voor afgenomen elektriciteit gelden de reguliere leveringskosten en belastingen. Voor teruggeleverde elektriciteit ontvangt de afnemer een vergoeding. Elektriciteit die direct op de locatie wordt opgewekt en gebruikt, blijft buiten de levering via het net.

Voor de periode van 1 januari 2027 tot 1 januari 2030 is wettelijk vastgelegd dat de redelijke terugleververgoeding bij een gecombineerde leverings- en terugleverovereenkomst minimaal 50% bedraagt van de overeengekomen elektriciteitsprijs exclusief btw en energiebelasting.

Die 50% zegt op zichzelf nog weinig over het uiteindelijke financiële resultaat. Leveranciers kunnen ook terugleverkosten hanteren. De ACM heeft deze kosten expliciet opgenomen in de nieuwe modelcontracten en verwacht dat ze ook na beëindiging van de salderingsregeling kunnen blijven bestaan. De terugleververgoeding en terugleverkosten moeten daarom in samenhang worden beoordeeld.

Waarom dit relevant is voor organisaties met meerdere locaties

Bij veel grotere organisaties bestaat de energieportefeuille uit verschillende typen aansluitingen. Een ziekenhuis, productielocatie of groot kantoor kan een grootverbruikaansluiting hebben, terwijl kleinere vestigingen, woonlocaties, kantoren of andere gebouwen op kleine aansluitingen zijn aangesloten.

Voor een grootverbruikaansluiting verandert de salderingsregeling zelf niets. De aandacht zit bij de kleine aansluitingen waar elektriciteit wordt teruggeleverd.

Dat onderscheid is relevant voor bijvoorbeeld zorginstellingen, gemeenten, onderwijsorganisaties en vastgoedpartijen. Een wijziging die per individuele aansluiting beperkt lijkt, kan over tientallen of honderden locaties wel degelijk zichtbaar worden in het totale energiebudget.

De eerste vraag richting 2027 is daarom heel praktisch: welke aansluitingen in de portefeuille worden daadwerkelijk geraakt?

Daarvoor moet per locatie duidelijk zijn welk type aansluiting aanwezig is, hoeveel elektriciteit wordt afgenomen, hoeveel wordt teruggeleverd en welke contractvoorwaarden vanaf 2027 gelden.

Contractvoorwaarden krijgen meer gewicht

Het verdwijnen van salderen maakt de voorwaarden rond teruglevering financieel zichtbaarder.

Een terugleververgoeding kan op papier aantrekkelijk lijken, terwijl terugleverkosten een deel van die opbrengst weer wegnemen. Daarnaast kunnen contractvorm, looptijd en prijsafspraken per leverancier verschillen.

De ACM schrijft voor haar nieuwe modelcontracten voor dat bij contracten die doorlopen na 1 januari 2027 duidelijk moet zijn welke tarieven vóór en na het einde van de salderingsregeling gelden. Ook terugleververgoeding en terugleverkosten worden daarin afzonderlijk zichtbaar gemaakt.

Voor organisaties betekent dit dat contractvergelijking breder moet worden dan het leveringstarief alleen. Zeker bij een multisite-portefeuille wil je weten wat de totale contractstructuur doet met het budget.

Dat vraagt om inzicht in afname, teruglevering en kosten per aansluiting én om een consolidatie daarvan op organisatieniveau.

Wat betekent dit voor het energiebudget van 2027?

De financiële impact verschilt sterk per portefeuille.

Een organisatie met nauwelijks teruglevering zal weinig merken van het verdwijnen van salderen. Bij een portefeuille met veel kleine aansluitingen en substantiële teruglevering kan het effect duidelijk groter zijn.

De begroting voor 2027 zou daarom rekening moeten houden met drie elementen: de extra afname die vanaf 2027 niet meer kan worden gesaldeerd, de vergoeding voor teruggeleverde elektriciteit en eventuele terugleverkosten.

Ook het verbruiksprofiel van een locatie speelt mee. Hoe meer lokaal opgewekte elektriciteit direct wordt gebruikt, hoe kleiner het volume dat via een terugleverovereenkomst wordt afgerekend. De Rijksoverheid wijst er eveneens op dat direct gebruik van zelf opgewekte elektriciteit financieel aantrekkelijker wordt wanneer salderen verdwijnt.

Voor budgettering is een gemiddelde aanname over alle locaties daardoor al snel te grof. De werkelijke impact ontstaat uit de combinatie van aansluiting, verbruiksprofiel, teruglevervolume en contract.

Begin bij de portefeuille

Voor organisaties met meerdere locaties ligt de logische eerste stap in een inventarisatie van de bestaande energieportefeuille.

Breng in kaart welke locaties een kleine aansluiting hebben en waar teruglevering plaatsvindt. Leg daar vervolgens de actuele contracten en contracteinddata naast. Op basis van historische meetdata kan worden bepaald welke volumes vanaf 2027 anders worden afgerekend.

Daarna kan het financiële effect worden verwerkt in de begroting en de energie-inkoopstrategie.

Deze aanpak voorkomt dat de wijziging als een losse contractkwestie per locatie wordt behandeld. Juist bij grotere organisaties telt de optelsom. Een afwijking van enkele honderden of duizenden euro’s op één locatie krijgt een andere betekenis wanneer dezelfde situatie op tientallen aansluitingen voorkomt.

Daarmee raakt het einde van salderen aan een breder vraagstuk: hoe goed heb je zicht op de risico’s en financiële effecten binnen je totale energieportefeuille?

Van wetswijziging naar risicobeheersing

De salderingsregeling is één van de spelregels die in 2027 verandert. Voor organisaties die waarde hechten aan budgetzekerheid is vooral relevant hoe zo’n verandering wordt vertaald naar de eigen portefeuille.

Dat begint met tijdig inzicht. Welke contracten lopen door? Welke aansluitingen leveren terug? Welke volumes zijn ermee gemoeid? En welk effect heeft dat op het begrote energiebedrag?

Wie die vragen vooraf beantwoordt, kan contractkeuzes en budgettering op elkaar afstemmen. Daarmee wordt de impact beheersbaar voordat de nieuwe regels ingaan.

Voor PowerQ past dit binnen dezelfde discipline die ook bij strategische energie-inkoop centraal staat: risico’s vroeg zichtbaar maken, keuzes over meerdere jaren bekijken en voorkomen dat één markt- of contractmoment het financiële resultaat bepaalt.

Conclusie

Op 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling. Voor grote organisaties ligt de relevantie vooral bij zakelijke kleinverbruikaansluitingen waarop elektriciteit wordt teruggeleverd.

Vanaf dat moment worden afname en teruglevering afzonderlijk afgerekend. De terugleververgoeding, terugleverkosten en overige contractvoorwaarden gaan daardoor zwaarder meewegen in de totale energiekosten.

Voor organisaties met meerdere locaties is het verstandig om de impact vóór de begroting van 2027 op portefeuilleniveau door te rekenen. Zo wordt duidelijk welke locaties financieel worden geraakt, waar contractvoorwaarden aandacht vragen en welk effect de wijziging heeft op het totale energiebudget.

Dat geeft de ruimte om tijdig bij te sturen en budgetzekerheid ook onder veranderende spelregels zo goed mogelijk te bewaken.

Wil je weten wat deze wijziging concreet betekent voor jouw locaties en energiebudget? PowerQ helpt je om de impact inzichtelijk en beheersbaar te maken.

Mogelijkheden bespreken?

Wil je meer weten over de mogelijkheden die wij bieden? Vul het formulier hiernaast in, dan neemt één van onze Energy Officers contact op.

Amber Winkelman | Adjunct Directeur